Hoe ze kwam, zag en overwon: Veni Vidi Fiets

door Bas Derks

Vooraf, puur zakelijk: als je als student veel waarde aan tijd en een vol bankaccount hecht, neem dan geen vriendin. Vrouwen behoren tot de Pac-Manachtige: naast alle eenzaamheidsmonsters slikken ze onbewust ook alle muntjes in. Geloof mij, een kreupele hond met darmproblemen genaamd Michiel kost nog minder tijd en geld dan een vriendin. Dus, voor al die drukke krentenknaapjes: doe het niet. Voor de overige manschappen: totaal waard.

Laat me het uitleggen. Als ware verkeringsveteranen bevolken mijn vriendin en ik deze aarde. Ruim een jaar nu. Gedichten, bloemen, etentjes en bioscoopbezoekjes. Ach, je kent het wel. Van die ondernemingen die in films altijd ondersteund worden met zoetsappige vioolmuziek. Waar vervolgens elke beweging in volle elegantie wordt uitgevoerd. De arm over de schouder, het héél toevallig struikelen en aansluitend opvangen van de man. Ik kan die scènes dromen, maar heb ze nooit in volle perfectie beleefd.

De werkelijkheid bezit een totaal ander scenario van onze liefdesfilm. Ik heb de tanden van Anne – o ja, zo heet ze dus – al eenmalig bewerkt met een glas, haar hoofd vaak genoeg laten stoten terwijl ik haar ‘voorzichtig’ neer wilde leggen en een overdosis aan onbedoelde woorden richting haar oren gebezigd. Alles zonder enkele vorm van opzettelijkheid, maar het gebeurt. Er is geen mollige, vrijgezelle regisseur die ‘CUT!’ schreeuwt en je een herkansing verschaft, net zolang tot de perfectie van het beeldscherm druipt. En geloof het of niet: ben verheugd met zijn afwezigheid.

Het is heerlijk om tijdens het zoenen – onbedoeld – keihard te niesen. Ja, het is best smerig om je gezicht van neusafval te zuiveren, maar dat soort momenten maakt een relatie menselijk. Maakt het reëel en minder een sprookje. Gelukkig is Anne zo lief om mijn lompe lichaamsuitingen te vergeven, ze begrijpt dat het in mijn hoofd er heel anders uitzag. Maak ik het de volgende keer goed met een etentje of een andere gekscherende onderneming. Zo werkt dat in een relatie: zij houdt rekening met mij en mijn rekening met haar.

Hoe begon deze snotteraffaire? Nou, Aagje, laat ik dat eens haarfijn vertellen. Er was eens een tweede schooldag van vorig jaar. Om 11:00 luidde het eind van mijn rooster. Omdat het pas de tweede schooldag was, kwam ik allemaal quasi-bekenden tegen die ik de hele vakantie niet gezien had. ‘Hoe was jouw zomer? Ah, Frankrijk, leuk!’, ‘Hoe was jouw zomer? Ah, camping Ede, leuk!’ Et cetera, et cetera. Uiteindelijk zetten mijn benen zich om 14:00 richting fietsenhok. Daar zie ik – in een flits voor het wegfietsen – Marleen met een lekke band staan, zonder nadenken besluit ik haar te helpen. Ik kan helemaal geen band plakken, maar het is een soort inval van bovenaf. En wat voor eentje.

Ik rem en zet mijn fiets aan de kant. Dankbaar voor de hulp haalt Marleen binnen plakspullen en laat mij achter bij haar fiets. Met een lekke band in mijn ene en een damesfiets in mijn andere hand sta ik te dagdromen bij het fietsenhok. Terwijl ik met mezelf zit te dimdammen of die ene wolk nou op Pac-Man of de Staatsloterijvis (die rechter) lijkt, komt er een bruinharig meisje met haar vriendin langslopen. ‘Is dat jouw fiets?’vragend staren twee ogen mij aan. Tenminste, dat denk ik. Ze gaan verscholen achter een gigantische pilotenzonnebril, dat haar gezicht nog beter afdekt dan een bivakmuts. Houd ik niet van.

‘Nee, maar je mag wel komen helpen,’ antwoord ik brutaal. Tot mijn verbazing parkeert ze haar fiets en stroopt de zonbebrilde jonkvrouw haar mouwen op. ‘Wat moet er gebeuren?’ Marleen komt net aanlopen en we beginnen met de zoektocht naar het gaatje. Na wat geklungel – en het oneindig ophopen van mijn nieuwsgierigheid naar de wereld achter de geblindeerde glazen – verwijder ik de zonnebril bij de onverwachte assistente. Ik staar in twee fluweelbruine twinkeloogjes. Hoe lang en ongemakkelijk dat gebeurt, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat mijn hart zich op dat moment onvoorwaardelijk vastketende aan de tot dan toe onbekende vlinderfabrikant. Stamelend vraag ik: ‘Hoe heet je eigenlijk?’ ‘Anne!’, antwoordt Anne. Wat een aangenaam genoegen.

Aan het eind vraag ik welk nummer ik mag bellen, voor het geval ik met een lekke band kom te staan. Onzichtbaar juichend zie ik haar lippen tien cijfers vormen. Vanaf dat moment wordt Anne een deel van mijn leven. Zij nam de eerste stap, ik stippelde de rest uit. Aangezien jongens in een oogwenk verliefd worden en dames daar langer over doen, duurde het maar liefst 2,5 week totdat twee – tot voor kort – onbekende werelden dezelfde fiets delen en een koppel vormen. Langer kon ik mij niet bedwingen, echt niet, mijn hart schreeuwde om haar bevestiging.

Nu, ruim een jaar later, zijn we nog steeds bij elkaar. Zijn we duizenden verwoorde liefdesverklaringen, tig kusjes, aantal gekke filmpjes en één (ja, echt) bos bloemen verder. En toch verveelt het geen moment. Anne is een constante factor van geluk, de oorzaak van mijn inspiratie. Wie, wat of waar ik ook ben: Anne is daar. Van tegenslagen maakt ze tegentikjes, van vrolijkheid geluk en van het dagelijkse leven een feest. Anne is een ongeneeslijke verslaving. (edit 2014: of nou ja, ongeneeslijk, het is nu uit)

Ja, een vriendin vraagt tijd en – af en toe – geld, maar: ze is het waard. Ze komt, ziet en overwint je leven. Maakt alles nog mooier dan het al is. Veni. Vidi. Fietsie.

Vind jij ook leuk

1 Reageer

Ikje: Niesende pepernotensjans oktober 9, 2015 - 8:39 am

[…] we een week later ‘een relatie’. En was het vier weken later weer uit. Daarna heb ik door een lekke fietsband, een sms naar een onbekende (vond ik grappig) en een schrijfsel over abortus mijn toekomstige (en […]

Reply

Laat een comment achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt koeken. Is dat goed? Ja hoor Meer lezen

Privacy & Cookies Policy