Ik zie vogels op een lantaarnpaal zitten

door Bas Derks

Zo begon en eindigde mijn politieke carrière. Met die zin. Geen debat meer of minder. Alsof het startpistool direct op mijn hart stond gericht. *BAM*. Een oorverdovend gebulder vormt een tornado van geluid. Gelach. Honderden stemmen schieten ritmisch honende haha’s op mijn oorschelpen, als een executie van een dramatische er-gaat-iemand-doodfilm: had stilte moeten geven, maar bewerkstelligt het omgekeerde. De burgemeester probeert bemoedigend op mijn schouders te kloppen, terwijl zijn vertrokken mond meer spieren aanspant dan mijn moeders hele lichaam doet tijdens het autorijden. Ik mag gaan zitten.

Politieke middag op de middelbare. ‘Kennismaken met het mondige machtsspel,’ zoals mijn leraar dat noemt, om ons enigszins te enthousiasmeren. Nou, ik heb nog meer zin om mijn drie oppaskinderen – met pek en veren besmeurd – op een lichtmast te zetten en dan schreeuwen dat ze echt kunnen vliegen. Heeft mijn opa één keer gedaan trouwens, met zijn oppaskinderen. Bleek het ze echt te lukken. De één woont nu al jaren samen met drie neefjes, een ander vertelt fabeltjes en de laatste woont – na een fikse groeispurt – al jaren in dezelfde straat met andere voormalige oppaskindjes van mijn opa. Politiek is dus niets voor mij. Ben niet zo goed in onzinnige verhalenfrutsels.

Regeringsbeleid, ik noem het monopoly-tiek. Niet te verwarren met monopolitiek. Monopoly-tiek bestaat uit het werven van zoveel mogelijk huishoudens in je straatje – arm en rijk – met allerlei beloftes van verbetering, om vervolgens diezelfde beloftes en huishoudens onder alle andere spelers te verdelen. Dan begint het volbouwen met allemaal nieuwe regeltjes en belastingen, zonder dat er een nette afronding komt. Het monopoly-tieke spel wordt voor het einde gestopt en opgeborgen, tot er nieuwe partijen zijn die denken: Wij gaan het redden tot het eind! Mooi niet dus.

Politici zitten op een bouwlamp: ze overzien het land tot in elk detail, maar maken er geen deel van uit. Proberen maar wat. En als het niet lukt, stoppen ze. Nu moeten wij – schoppende pubers – dus voor een middag op die lamp gaan zitten. Totaal geen trek in. Maar oké, het is de middelbare school. Geen kwestie van kiezen, maar van moeten. Als soldaten in het leger. Wij handelen alleen niet uit plicht, maar uit verplichting. Wezenlijk verschil. Op die middag is het onze verplichting om te debatteren over het wel of niet verlichten van een bosfietspad, rekening houdend met de natuur.

Het verwijderen of aanpassen van natuur ten behoeve van de mens dus. Ben er niet voor en niet tegen. Uiteindelijk verliezen we het namelijk toch van Opa Aarde. Of je nou een fietspad van verlichting voorziet of niet. Kijk naar de Filipijnen, tornadojagers en onze eigenste herfststorm. We denken als mensen heel wat te zijn, maar stellen uiteindelijk niets voor. Ik vind het een geruststellende gedachte. We menen van de natuur te winnen – met de Afsluitdijk en kanalen – maar kunnen eigenlijk alleen maar verliezen. Storm, vloed en sneeuw zorgen voor totale chaos. Nietige oppaskindjes van Opa Aarde, dat zijn wij.

Hebben wij ons aangepast aan de natuur? Denk het niet. De natuur past zich aan ons aan, zoals vogels op een lantaarnpaal. De gevederde dieren zagen al veel eerder het licht dan de metalen straatzonnen en toch gebruiken ze de palen nu als rustplaats. Het maakt dus niet uit of we een fietspad wel of niet verlichten, de natuur zal zich aanpassen of het veroverde terugnemen. Al die gedachten spookten door mijn hoofd, terwijl ik richting de interruptiemicrofoon liep. Honderd blikken begeleidden mijn loopje. Ik zei het niet trouwens. Bleef hangen op één zin. Een zin die alles bezat, maar niemand begreep.

‘Ik zie vogels op een lantaarnpaal zitten.’

Vind jij ook leuk

Laat een comment achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt koeken. Is dat goed? Ja hoor Meer lezen

Privacy & Cookies Policy